← Terug naar blog

Pensioen als zzp'er: alle opties op een rij in 2026

26 oktober 2026
Pensioen als zzp'er: alle opties op een rij in 2026

Als zzp'er bouw je naast de AOW niets automatisch op. Wil je later meer dan de basis, dan kies je zelf uit vier soorten opties: een lijfrente (bancair sparen of beleggen, of een verzekering) met belastingaftrek in box 1, vrij sparen of beleggen in box 3, aansluiten bij een collectieve regeling of je oude werkgeversregeling voortzetten, en in sommige beroepen een verplicht pensioenfonds. In dit artikel lees je per optie hoe ze werkt, wat ze fiscaal oplevert, hoe je je tekort berekent en hoeveel je ongeveer per maand moet inleggen. Het antwoord op de vraag of je beter een lijfrente of pensioenbeleggen kiest, staat er ook in.

Smartzzp
Krijg grip op je cijfers als zzp’er
Smartzzp ondersteunt ondernemers met boekhouding, btw-aangiftes en fiscaal advies, zodat je cijfers hebt om je financiële keuzes op te baseren.
Bekijk Smartzzp

Kort samengevat

  • De AOW is je basis: vanaf 1 juli 2026 ongeveer € 1.662 bruto per maand als je alleen woont en € 1.139 per persoon als je samenwoont.
  • Een lijfrente in box 1 geeft belastingaftrek binnen je jaarruimte, maar het geld staat vast tot je pensioen.
  • Vrij sparen of beleggen in box 3 is flexibel, maar je krijgt geen aftrek en betaalt vermogensbelasting boven het heffingsvrije vermogen.
  • Reken je tekort uit: gewenst inkomen min verwacht inkomen. Een grove vuistregel: jaarlijks tekort × 20 is het kapitaal dat je nodig hebt.
  • Niet-gebruikte jaarruimte van de afgelopen tien jaar kun je inhalen, tot een maximum van € 42.753 in 2026.

Inhoudsopgave

Waarom je als zzp'er zelf aan de slag moet

In loondienst regelt je werkgever een pensioenregeling en gaat er elke maand premie van je salaris af. Als zelfstandige heb je dat niet. Ondernemersplein van de overheid zegt het zonder omwegen: als zzp'er bouw je standaard geen pensioen op via een werkgever, dus je zorgt zelf voor je oudedagsvoorziening.

De AOW bouw je wel op, zolang je in Nederland woont of werkt. Maar wie gewend is aan een goed zzp-inkomen, merkt bij pensionering een flinke terugval als de AOW de enige bron is. Het Nibud wijst erop dat zzp'ers een grotere kans op een pensioentekort hebben dan werknemers.

Dat betekent niet dat je meteen een product moet afsluiten. De eerste stap is inzicht: wat heb je al, wat heb je later nodig en hoe groot is het gat daartussen?

Waarom je als zzp'er zelf aan de slag moet — overview diagram

Wat krijg je later sowieso?

De AOW

De AOW is de bodem onder je pensioen. Volgens de SVB-bedragen vanaf 1 juli 2026 ontvang je:

SituatieBruto AOW per maand (vanaf 1 juli 2026)
Alleenstaand€ 1.662,16
Gehuwd of samenwonend (per persoon)€ 1.139,39

Dit zijn brutobedragen. Er gaat nog belasting en premie af, en de bedragen worden twee keer per jaar aangepast. Kijk voor de actuele cijfers altijd bij de SVB.

Pensioen uit eerdere loondienst

Heb je voor je zzp-tijd in loondienst gewerkt? Dan heb je waarschijnlijk al werkgeverspensioen opgebouwd. Dat blijft gewoon van jou. Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je je AOW en je opgebouwde werknemerspensioen samen in één overzicht. Dat is de snelste manier om je startpunt te kennen.

Eigen vermogen

Spaargeld, beleggingen, een overwaarde op je woning of een bv met reserves tellen ook mee. Het Nibud adviseert om alles op een rij te zetten: AOW, werknemerspensioen, lijfrente of banksparen, spaargeld en beleggingen, en eventueel inkomen uit werk na je pensioendatum.

De pensioenopties voor zzp'ers vergeleken

Naast AOW en een eventueel oud werkgeverspensioen heb je deze mogelijkheden. De opsomming volgt wat Ondernemersplein en de Rijksoverheid noemen.

OptieBelasting bij inlegGeld opneemt voor pensioen?RisicoPast bij
Bancaire lijfrente, sparenAftrekbaar binnen jaarruimte (box 1)Nee, alleen met fiscale gevolgenLaagWie zekerheid wil en kort voor pensioen zit
Bancaire lijfrente, beleggen (pensioenbeleggen)Aftrekbaar binnen jaarruimte (box 1)Nee, alleen met fiscale gevolgenMiddel tot hoogWie nog 15 jaar of langer heeft
LijfrenteverzekeringAftrekbaar binnen jaarruimte (box 1)Nee, alleen met fiscale gevolgenAfhankelijk van productWie een gegarandeerde uitkering of nabestaandendekking wil
Vrij sparen of beleggen (box 3)Geen aftrekJa, altijdAfhankelijk van keuzeWie flexibel wil blijven, bijvoorbeeld als buffer voor het bedrijf
Collectieve regeling voor zelfstandigenAfhankelijk van regelingMeestal nietGedeeldWie het uit handen wil geven
Vrijwillige voortzetting oude regelingAftrekbaar, maximaal 10 jaarNeeGedeeldWie net gestart is na loondienst
Verplicht beroeps- of bedrijfstakpensioenVolgens fondsNeeGedeeldSpecifieke beroepen, geen keuze

Lijfrente bij een bank of verzekeraar

De bekendste route. Je zet geld op een geblokkeerde lijfrenterekening (banksparen of bankbeleggen) of je sluit een lijfrenteverzekering af. De premie trek je af van je inkomen in box 1, zolang je binnen je jaarruimte blijft. De uitkeringen ontvang je later naast je AOW, en dan betaal je er pas belasting over. Omdat je inkomen na je pensioen meestal lager is dan nu, valt het belastingtarief dan vaak gunstiger uit.

De keerzijde: het geld staat vast. Neem je het eerder op, dan betaal je belasting over het hele bedrag en meestal ook revisierente. Voor een zzp'er met een wisselend inkomen is dat een echte afweging.

Collectieve pensioenregeling voor zelfstandigen

Er bestaan regelingen waar je je als zelfstandige vrijwillig bij kunt aansluiten. Je legt in, het fonds of de aanbieder belegt collectief en je deelt in de kosten en risico's met anderen. Vergelijk vooral de kosten, de flexibiliteit van je inleg (kun je in een mager jaar minder inleggen?) en wat er bij overlijden gebeurt.

Je oude werkgeversregeling voortzetten

Ben je net uit loondienst gestapt, dan kun je je oude pensioenregeling soms vrijwillig voortzetten. Volgens Ondernemersplein gelden strikte termijnen: je meldt het binnen 9 maanden aan en de voortzetting gaat binnen 15 maanden in. De premie is maximaal 10 jaar aftrekbaar. Twijfel je? Vraag het je oude pensioenfonds meteen na je vertrek, want deze termijnen verlopen ongemerkt.

Verplichte regelingen voor bepaalde beroepen

Voor sommige zelfstandigen is pensioenopbouw niet vrijwillig. Ondernemersplein noemt onder meer verplichte fondsen voor notarissen, beroepen in de zorg en de haven, en bedrijfstakregelingen die ook voor zzp'ers gelden. Werk je als zelfstandig fysiotherapeut, tandarts, mondhygiënist of in een ander zorgberoep, check dan eerst of er voor jouw beroepsgroep een verplicht fonds is. Dat bepaalt hoeveel ruimte je nog overhoudt voor een eigen lijfrente.

De fiscale oudedagsreserve (FOR)

Vroeger kon je als ondernemer een deel van je winst opzij zetten in de FOR. Die opbouw is in 2023 gestopt. Heb je nog een bestaande reserve, dan mag die volgens Ondernemersplein blijven staan of kun je die onderbrengen in een ander pensioenproduct. Laat dit niet liggen: bij stoppen met je onderneming valt een FOR anders vrij en wordt er belasting over geheven.

Lijfrente of pensioenbeleggen: wat is het verschil?

Deze vraag zorgt voor veel verwarring, omdat de termen door elkaar lopen. Pensioenbeleggen is meestal gewoon een bancaire lijfrente waarbij je inleg wordt belegd in plaats van gespaard. Fiscaal werkt het hetzelfde: aftrek in box 1 binnen je jaarruimte, geld vast tot je pensioen. Het echte onderscheid zit tussen drie keuzes:

  1. Lijfrente sparen: vaste rente, weinig risico, lager verwacht rendement. Handig als je pensioen binnen tien jaar begint.
  2. Lijfrente beleggen (pensioenbeleggen): je inleg gaat in fondsen. Meer kans op rendement, maar ook op tijdelijke dalingen. Hoe langer je looptijd, hoe beter je schommelingen kunt uitzitten.
  3. Vrij beleggen in box 3: geen aftrek, maar je kunt er altijd bij. Je betaalt vermogensbelasting over het deel boven het heffingsvrije vermogen.

Wanneer past wat? Een lijfrente loont vooral als je in een hoge belastingschijf zit en je jaarruimte hebt, want dan levert elke ingelegde euro direct belastingvoordeel op. Vrij beleggen in box 3 past beter als je vermogen nog nodig kunt hebben voor je bedrijf, een woning of een mager jaar. Veel zzp'ers combineren beide: een buffer in box 3 en een vast deel in een lijfrente, ingelegd tot de jaarruimte.

Jaarruimte en reserveringsruimte: je fiscale speelruimte

Hoeveel lijfrentepremie je mag aftrekken, hangt af van je jaarruimte. De regels in het kort, volgens de Belastingdienst:

  • Je mag alleen aftrekken als je een pensioentekort hebt. Dat hebben de meeste zzp'ers zonder verplicht fonds. Zie hoe de jaarruimte wordt berekend.
  • De jaarruimte voor 2026 berekent je op basis van je gegevens over 2025: winst, eventueel loon en de pensioenopbouw die je al had.
  • Per 1 januari 2026 is de jaarruimte maximaal 30% van je premiegrondslag, volgens het overzicht cijfers levensverzekeringen 2026.
  • Niet-benutte jaarruimte van de voorgaande tien jaar mag je als reserveringsruimte alsnog gebruiken. In 2026 is dat maximaal € 42.753.

Die reserveringsruimte is interessant voor zzp'ers met een goed jaar. Draai je in 2026 een uitzonderlijk hoge winst, dan kun je met een eenmalige inleg je belasting in dat jaar flink verlagen en tegelijk je pensioengat dichten. Hoe de aftrek in je totale aangifte valt, lees je in ons stappenplan inkomstenbelasting berekenen. Let op de samenhang met andere posten: de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling verlagen je winst en daarmee ook de premiegrondslag waarop je jaarruimte is gebaseerd.

Hoeveel pensioen heb je nodig?

Een exact bedrag bestaat niet, want het hangt af van je woonlasten, gezin, gezondheid en levensstijl. Wel zijn er twee bruikbare vuistregels van FNV Zelfstandigen:

  • Ongeveer 70% van je huidige netto-inkomen is een grove indicatie van wat je nodig hebt om je levensstijl vol te houden.
  • Je jaarlijkse tekort × 20 geeft een ruwe schatting van het kapitaal dat je op je pensioendatum nodig hebt. Bij een tekort van € 12.000 per jaar is dat € 240.000.

Het Nibud raadt aan om het stap voor stap aan te pakken:

  1. Zet je verwachte uitgaven na pensionering op een rij. Denk aan een afbetaalde hypotheek, maar ook aan hogere zorgkosten.
  2. Tel je verwachte inkomen op: AOW, oud werkgeverspensioen, lijfrentes en vermogen.
  3. Trek die twee van elkaar af: dat is je jaarlijkse tekort.
  4. Reken uit hoeveel je per maand moet inleggen om dat tekort te dichten.
  5. Controleer of dat bedrag past in je huidige budget en je bedrijfscijfers.

Wat kost pensioen per maand? Een rekenvoorbeeld

De inleg per maand hangt af van vier dingen: de hoogte van je tekort, het aantal jaren tot je pensioen, het rendement dat je maakt en het belastingvoordeel dat je krijgt. Een voorbeeld maakt dat concreet.

Situatie: Sanne is 42, zelfstandig fotograaf en woont alleen. Ze wil later € 2.600 bruto per maand. Haar AOW is € 1.662,16. Ze heeft geen werkgeverspensioen.

  • Tekort per maand: € 2.600 − € 1.662,16 = € 937,84
  • Tekort per jaar: ongeveer € 11.254
  • Benodigd kapitaal met de vuistregel × 20: ongeveer € 225.080

Hoeveel moet Sanne dan per maand inleggen? Dat hangt sterk af van het rendement en de looptijd. Onze eigen berekening, met een aangenomen rendement van 4% per jaar (geen garantie):

LooptijdZonder rendementMet 4% rendement per jaar
25 jaarca. € 750 per maandca. € 438 per maand
15 jaarca. € 1.250 per maandca. € 915 per maand

Twee lessen uit deze tabel. Ten eerste: vroeg beginnen scheelt honderden euro's per maand, omdat rendement over een lange periode het werk doet. Ten tweede: legt Sanne in via een lijfrente binnen haar jaarruimte, dan krijgt ze een deel van die inleg terug via de aangifte. Haar netto kosten liggen dan lager dan de bedragen in de tabel, afhankelijk van haar belastingschijf.

Kan ze dit niet volledig betalen? Dan is een deel beter dan niets. Begin met een bedrag dat past, verhoog het in goede jaren en gebruik de reserveringsruimte om achterstand in te halen. Je inleg begint trouwens bij je tarief: wie pensioen niet meeneemt in de prijs, bouwt structureel te weinig op. In ons artikel over het uurtarief als zzp'er lees je hoe je pensioen in je tarief verwerkt.

Zo pak je het praktisch aan

  1. Haal je overzicht op. Log in op mijnpensioenoverzicht.nl en noteer je AOW en opgebouwd werkgeverspensioen. De Rijksoverheid raadt een persoonlijk overzicht aan om te zien wat je nog moet regelen.
  2. Check verplichtingen. Valt jouw beroep onder een verplicht fonds? Zo ja, dan begin je daar.
  3. Bereken je tekort met de stappen hierboven.
  4. Laat je jaarruimte uitrekenen over het afgelopen jaar, plus je reserveringsruimte.
  5. Kies je mix: lijfrente voor het vaste deel, box 3 voor flexibiliteit.
  6. Stort voor 31 december als je de aftrek in dit belastingjaar wilt. Premies tellen mee in het jaar waarin je ze betaalt.
  7. Controleer elk jaar. Je winst verandert, dus je jaarruimte ook.

Wil je weten welke andere posten je belasting verlagen? Bekijk onze uitleg over fiscale aftrekposten met voorbeelden.

Onze kijk op pensioen voor zzp'ers

In ruim tien jaar administratie voor zzp'ers en mkb-ondernemers zien we steeds hetzelfde patroon. Pensioen wordt uitgesteld, niet omdat ondernemers het onbelangrijk vinden, maar omdat ze niet weten hoeveel ruimte ze hebben. En juist die ruimte staat al in hun cijfers. De jaarruimte volgt rechtstreeks uit je winst, en wie elk jaar netjes zijn jaarwerk laat doen, weet in december precies hoeveel hij fiscaal gunstig kan inleggen.

Onze kijk op pensioen voor zzp'ers — overview diagram

We zien ook dat de reserveringsruimte vaak onbenut blijft. Een zorgprofessional of een webwinkelier met een sterk jaar kan met één inleg zowel belasting besparen als een flinke stap zetten richting een gezonde oude dag. Wie dat laat liggen, laat geld liggen.

Ons advies: maak pensioen een vast onderdeel van je jaarafsluiting, net als je btw en je aangifte. Begin klein, maar begin. En kies eerst op basis van je cijfers, pas daarna een product.

— Smartzzp

Je jaarruimte laten berekenen bij je aangifte

Bij Smartzzp nemen we je jaarruimte en reserveringsruimte mee als we je belastingaangifte verzorgen. Je vaste boekhouder rekent uit hoeveel je kunt aftrekken en zorgt dat de lijfrentepremie goed in je aangifte landt. Onze abonnementen beginnen bij SmartZZP Start vanaf € 80 per maand, met daarboven Groei (vanaf € 125), Plus (vanaf € 175) en Pro (vanaf € 225 per maand). Bekijk welk administratiepakket bij je past.

Veelgestelde vragen

Is een pensioen verplicht voor zzp'ers?

Voor de meeste zzp'ers niet. Je bouwt wel AOW op, maar aanvullend pensioen regel je vrijwillig. Uitzonderingen zijn bepaalde beroepen, zoals notarissen en een aantal zorgberoepen, waar een verplicht beroeps- of bedrijfstakpensioen geldt.

Hoeveel pensioen krijgt een zzp'er zonder aanvulling?

Alleen de AOW. Vanaf 1 juli 2026 is dat € 1.662,16 bruto per maand voor een alleenstaande en € 1.139,39 per persoon voor samenwonenden. Daarnaast komt eventueel pensioen dat je eerder in loondienst hebt opgebouwd.

Kan ik mijn lijfrente eerder opnemen?

Alleen met fiscale gevolgen. Je betaalt dan inkomstenbelasting over het opgenomen bedrag en meestal ook revisierente. Wie flexibiliteit nodig heeft, houdt daarom een deel van zijn vermogen vrij in box 3.

Wanneer moet ik beginnen met pensioen opbouwen?

Zo vroeg mogelijk. In ons rekenvoorbeeld kost hetzelfde doelbedrag over 25 jaar ongeveer € 438 per maand en over 15 jaar ongeveer € 915, bij een aangenomen rendement van 4%. Begin je later, dan helpt de reserveringsruimte om fiscaal gunstig in te halen.

Bronnen

Aanbevelingen