Ja, een werknemer kan recht hebben op onkostenvergoeding, maar dat recht bestaat alleen voor kosten die eigen zijn aan de werkgever. De vergoeding moet passen binnen de werkkostenregeling of onder een gerichte vrijstelling vallen en moet vóór uitbetaling correct worden aangewezen als eindheffingsloon. Een voorbeeld: reiskosten mogen sinds 2026 tot € 0,25 per kilometer onbelast worden vergoed.
Kort samengevat:
- Vergoedingen voor reiskosten tot 0,25 euro per kilometer blijven volledig onbelast, mits correct aangewezen als eindheffingsloon voor uitbetaling.
- Overschrijdt een vergoeding de doelmatigheidsgrens van 2.400 euro per werknemer per jaar zonder aanvullende onderbouwing, dan moet de werkgever 80 procent eindheffing betalen.
- Gerichte vrijstellingen, zoals reiskosten, thuiswerken en arbovoorzieningen, mogen buiten de vrije ruimte zonder belastingheffing worden vergoed; bij overschrijding is extra onderbouwing vereist.
- Kosten die niet daadwerkelijk door de werknemer worden gemaakt of zonder bewijs worden vergoed, kunnen door de Belastingdienst worden gezien als loon en belast.
- Een correcte aanwijzing als eindheffingsloon vóór of bij uitbetaling voorkomt fiscale problemen en naheffingen bij controles.
Inhoudsopgave
- Wat is een onkostenvergoeding en welke kosten zijn eigen aan de werkgever?
- Belasting en de werkkostenregeling: vrije ruimte, eindheffing en de doelmatigheidsgrens
- Gerichte vrijstellingen: reiskosten, thuiswerken en arbovoorzieningen
- Intermediaire kosten versus vergoedingen onder de werkkostenregeling
- Administratie en aanwijzing: zo verwerk je vergoedingen juist
- Veelvoorkomende fouten en wat jurisprudentie leert
- Rekenvoorbeeld: reiskostenvergoeding en de vrije ruimte
- Smart ZZP-perspectief op onkostenvergoedingen
- Hulp nodig bij correcte onkostenvergoedingen?
- Veelgestelde vragen
- Bronnen
Wat is een onkostenvergoeding en welke kosten zijn eigen aan de werkgever?
Een onkostenvergoeding is een betaling voor kosten die een werknemer maakt in dienst van het werk, niet voor privévoordeel. Het verschil met loon zit in het doel: loon is beloning voor arbeid, een onkostenvergoeding dekt een uitgave die de werkgever anders zelf had moeten betalen. Zodra een vergoeding verder gaat dan de werkelijke kosten, ziet de Belastingdienst het verschil al snel als loon.
Typische kosten die als eigen aan de werkgever gelden:
- Reiskosten voor woon-werkverkeer of zakelijke ritten.
- Een zakelijke telefoon of internetabonnement dat voor het werk nodig is.
- Gereedschap, werkkleding of materialen die de functie vereist.
- Kosten voor opleidingen of vakliteratuur die direct met het werk te maken hebben.
Een vergoeding telt alleen als onkostenvergoeding wanneer de werknemer de kosten daadwerkelijk maakt en dit aantoonbaar is. Een vast bedrag zonder onderbouwing loopt het risico om fiscaal als loon te worden behandeld.
Belasting en de werkkostenregeling: vrije ruimte, eindheffing en de doelmatigheidsgrens
De werkkostenregeling (WKR) bepaalt hoeveel een werkgever onbelast aan vergoedingen en verstrekkingen mag geven. Binnen de WKR geldt een vrije ruimte die jaarlijks opnieuw wordt vastgesteld als percentage van de totale loonsom. Vergoedingen die binnen die ruimte vallen, zijn onbelast voor de werknemer.
Overschrijdt een werkgever de vrije ruimte, dan volgt een eindheffing van 80 procent over het meerdere. De Belastingdienst legt uit dat deze heffing voor rekening van de werkgever komt, niet van de werknemer: het drukt rechtstreeks op de bedrijfskosten.
Voor kleinere, regelmatige vergoedingen bestaat een praktische veilige haven: de doelmatigheidsgrens. De kennisgroepen van de Belastingdienst hanteren hiervoor een bedrag van € 2.400 per werknemer per jaar. Blijft een vergoeding onder die grens en is zij gebruikelijk voor de functie, dan accepteert de Belastingdienst de aanwijzing als eindheffingsloon doorgaans zonder verdere discussie.
Wat dit in de praktijk betekent:
- De vrije ruimte wordt berekend over de totale fiscale loonsom van alle werknemers samen.
- Overschrijding kost de werkgever 80% eindheffing, niet de werknemer.
- Tot € 2.400 per werknemer per jaar geldt de doelmatigheidsgrens als praktische ondergrens voor gebruikelijkheid.
- Vergoedingen boven die grens vragen een steviger onderbouwing van het zakelijke karakter.
Meer over de vrije ruimte en de gevolgen van overschrijding lees je in onze uitleg over de werkkostenregeling 2026.
Gerichte vrijstellingen: reiskosten, thuiswerken en arbovoorzieningen
Naast de vrije ruimte kent de WKR gerichte vrijstellingen: vergoedingen die buiten de vrije ruimte vallen en dus niet ten koste gaan van die ruimte. De bekendste zijn reiskosten, thuiswerkvergoeding en arbovoorzieningen, elk met eigen regels.
- Reiskosten mogen tot € 0,25 per kilometer onbelast worden vergoed, of de werkelijk gemaakte kosten als die hoger liggen.
- Een thuiswerkvergoeding valt onder de gerichte vrijstelling zolang zij een redelijke schatting van de werkelijke meerkosten blijft.
- Arbovoorzieningen, zoals een bureaustoel of beeldschermbril, blijven onbelast zolang de werknemer geen eigen bijdrage levert of voor een duurdere uitvoering kiest.
De Belastingdienst heeft uitgewerkt hoe werkgevers de verhoging van € 0,23 naar € 0,25 per 1 januari 2026 met terugwerkende kracht in de loonaangifte verwerken.
Een veelgemaakte fout is het combineren van reiskosten en thuiswerkvergoeding voor dezelfde dag: fiscaal geldt per werkdag doorgaans maar één onbelaste toepassing. Bij arbovoorzieningen vervalt de vrijstelling, zodra de werknemer meebetaalt aan een duurdere variant, zoals een kennisgroep van de Belastingdienst aangeeft.

Pro-tip: Leg per vergoedingssoort vast welke regel van toepassing is: dat voorkomt discussie bij een controle en scheelt uitzoekwerk achteraf.
Intermediaire kosten versus vergoedingen onder de werkkostenregeling
Intermediaire kosten zijn uitgaven die een werknemer namens de werkgever voorschiet, bijvoorbeeld een kantoorbenodigdheid die met een eigen pinpas wordt betaald en later wordt teruggevraagd.
Het verschil met een reguliere vergoeding zit in de bewijsvoering: bij intermediaire kosten hoort een factuur op naam van de werkgever of een declaratie met bonnetje die het exacte bedrag onderbouwt. Een vast bedrag zonder onderliggend bewijs is geen intermediaire kost, ook niet als de werknemer het zo noemt.
- Intermediaire kosten vereisen altijd een bon, factuur of betaalbewijs op naam van de werkgever.
- Een vast maandbedrag voor "onkosten" zonder specificatie telt niet als intermediaire kost.
- Reiskosten en thuiswerkvergoeding vallen onder de WKR, niet onder intermediaire kosten.
Een analyse van Salaris van Morgen noemt het onterecht labelen van reguliere vergoedingen als intermediaire kosten een veelvoorkomende bron van fiscale correcties bij een controle.
Administratie en aanwijzing: zo verwerk je vergoedingen juist
Een vergoeding is pas fiscaal gericht vrijgesteld of onder de vrije ruimte onbelast wanneer de werkgever haar aanwijst als eindheffingsloon vóór of uiterlijk op het moment van uitbetaling. Achteraf aanwijzen accepteert de Belastingdienst niet.
- Wijs de vergoeding aan als eindheffingsloon bij of vóór de uitbetaling, bij voorkeur schriftelijk vastgelegd.
- Bewaar facturen, declaratieformulieren en kilometeradministratie als bewijs van de werkelijke kosten.
- Leg de regeling vast in een personeelshandboek of interne richtlijn, zodat werknemers weten wat zij kunnen declareren.
- Verwerk de aanwijzing consistent in de loonadministratie, zodat de vrije ruimte correct wordt bijgehouden.
Pro-tip: Communiceer de regeling per e-mail of in het personeelshandboek: een schriftelijke vastlegging is bij een controle vaak het eerste wat de Belastingdienst opvraagt.
Wie dit liever uitbesteedt, vindt meer praktische uitleg in ons artikel over loonadministratiekosten voor zzp'ers.
Veelvoorkomende fouten en wat jurisprudentie leert
Drie fouten komen telkens terug: vergoedingen uitbetalen via het reguliere salaris zonder aanwijzing, pas achteraf aanwijzen als eindheffingsloon, en vergoedingen verstrekken zonder onderliggend bewijs. Elk van deze situaties kan bij een looncontrole leiden tot een naheffing.
- Uitbetaling via salaris zonder aanwijzing telt fiscaal als loon, met loonheffing tot gevolg.
- Achteraf aanwijzen wordt door de Belastingdienst doorgaans niet geaccepteerd.
- Vergoedingen zonder bon of declaratie zijn bij controle moeilijk te verdedigen.
Een kennisgroep van de Belastingdienst benadrukt dat een kostenonderzoek voor een vaste vergoeding doorgaans vóór het moment van uitbetaling moet zijn afgerond.
Een onjuiste aanwijzing raakt niet alleen de werkgever: voor werknemers met een uitkering kan het ook leiden tot verrekening met die uitkering.
Dit speelt onder meer bij Wajongers en andere uitkeringsgerechtigden, waar een verkeerd aangewezen vergoeding gevolgen heeft voor de uitkeringshoogte.
Rekenvoorbeeld: reiskostenvergoeding en de vrije ruimte
Een voorbeeld maakt de impact concreet. Stel: een werknemer reist 40 kilometer per werkdag, 220 werkdagen per jaar.
- 40 kilometer x € 0,25 is € 10 per dag aan onbelaste kilometervergoeding.
- € 10 x 220 werkdagen komt uit op € 2.200 per jaar.
- Omdat reiskosten een gerichte vrijstelling zijn, raakt dit bedrag de vrije ruimte niet en blijft het volledig onbelast voor de werknemer.
Een vaste thuiswerkvergoeding werkt anders: die moet gebaseerd zijn op een redelijke schatting van de werkelijke meerkosten, en bij twijfel vraagt de Belastingdienst om een kostenonderzoek. Verwacht een werkgever sterk wisselende kosten per werknemer, dan is declareren op basis van bonnetjes vaak veiliger dan een vast bedrag, omdat dat minder discussie oplevert bij een controle.
Smart ZZP-perspectief op onkostenvergoedingen
Wij verwerken loonadministratie voor zzp'ers en mkb-bedrijven uit diverse sectoren. Daarbij zien we hoe vaak een onjuiste aanwijzing of ontbrekend bewijs tot discussie bij een controle leidt. Wij zorgen dat vergoedingen correct worden aangewezen vóór uitbetaling, wat tijd bespaart en het risico op naheffing verkleint.
— Smartzzp
Hulp nodig bij correcte onkostenvergoedingen?
Een vergoeding goed aanwijzen, de vrije ruimte bijhouden en bewijsstukken ordenen kost tijd die de meeste werkgevers liever in hun onderneming steken. Onze salarisadministratie verwerkt onkostenvergoedingen direct in de loonstrook en houdt de aanwijzing als eindheffingsloon op orde, zodat je zonder gedoe binnen de regels blijft.

Wil je weten wat dat voor jouw onderneming betekent? Bekijk onze abonnementen op Smartzzp en vraag een vrijblijvend gesprek aan.
Veelgestelde vragen
Wat is een onkostenvergoeding voor een werknemer?
Een onkostenvergoeding is een betaling voor kosten die een werknemer voor het werk maakt, zoals reizen of materialen, en die eigen zijn aan de werkgever. Het is geen beloning voor arbeid en moet daarom los staan van het reguliere loon.
Wat is de maximale hoogte van een onkostenvergoeding?
Er bestaat geen algemeen maximum voor alle onkostenvergoedingen samen: dat hangt af van de werkelijke kosten en de regeling die van toepassing is. Voor reiskosten geldt een maximum van € 0,25 per kilometer onbelast, en voor andere vergoedingen binnen de vrije ruimte geldt vaak een praktische grens van € 2.400 per werknemer per jaar.
Wat is een netto onkostenvergoeding?
Een netto onkostenvergoeding is een vergoeding die de werknemer volledig ontvangt zonder dat er loonheffing op wordt ingehouden, omdat zij onder een gerichte vrijstelling valt of binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling blijft. Zodra een vergoeding die grenzen overschrijdt, wordt het meerdere alsnog belast.
Wat zijn onbelaste vergoedingen voor werknemers?
Onbelaste vergoedingen zijn bedragen die een werkgever mag geven zonder dat daar loonheffing over verschuldigd is, zoals reiskosten, een thuiswerkvergoeding of arbovoorzieningen. Deze vallen onder de gerichte vrijstellingen van de werkkostenregeling en tellen niet mee voor de vrije ruimte.
Bronnen
- Wat is de werkkostenregeling (WKR)? | Belastingdienst
- Rijksoverheid
- KG:204:2025:11 Doelmatigheidsgrens | Kennisgroepen Belastingdienst
